Eerlijker wordt het niet.
Mijn leven tot nog toe heeft voornamelijk bestaan uit trauma. Vroeg kinderlijk trauma, zeer langdurig trauma dat 35 jaar heeft voortgeduurd, afgewisseld met acute trauma’s zoals rond de zelfdoding van mijn vader of de hartkatheterisatie from hell. Dit heeft logisch vele negatieve gevolgen gehad. Buiten dat ik onnodig ziek, gehandicapt, een verziekt leven, arbeidsongeschikt ongewenst kinderloos, afhankelijk en met een intense complexe post traumatische stress stoornis (CPTSS) ben achtergelaten, fietsten er ook nog ‘normale’ problemen tussendoor. Veel overlijdens, steeds weer financieel zwaar weer en dus steeds weer opnieuw moeten beginnen en altijd achter de feiten aanlopen, instanties en organisaties die meer strijd voerden dan de hulp boden waar ze voor bedoeld zijn, verlies van vrienden omdat zij mijn trauma’s niet aan konden, aan mijn trauma’s toevoegden of alleen kwamen halen bij me, extra bijkomende ziekten en complicaties en zelfs een periode van dakloosheid. Was het niet voor mijn man en intense verliefdheid geweest, was ik er waarschijnlijk nu niet meer geweest. Eigenlijk akelig om zoveel druk op iemand te leggen maar ik had het anders gewoon niet volgehouden. Dit klinkt trouwens mooier dan het is. Onbedoeld is mijn man meegesleurd in de traumatische gebeurtenissen in mijn leven en ik denk steeds vaker dat hij me beter niet had kunnen ontmoeten.
Hoewel mijn leven niet vooruit maar achteruit ging en het steeds moeilijker werd, ben ik altijd trots geweest dat ik overal doorheen ben gekomen en spreekwoordelijk nog steeds rechtop sta. Op een bescheiden studieschuld voor twee universitaire studies waar ik niets aan gehad heb en nooit iets aan zal hebben, een lage hypotheekschuld en een kleine roodstand aan het eind van de maand na, hebben we verder geen schulden. Ik ben nog nooit opgenomen geweest voor psychische problemen, heb altijd nog voldoende gefunctioneerd om alles draaiende te houden, ben niet vervuild of verslaafd geraakt, kon en kan relaties en vriendschappen onderhouden, en nog lachen, kan nog empathisch en verzorgend naar anderen zijn en we vangen – al zeg ik het zelf – heel goed getraumatiseerde dieren op om ze op te laten bloeien en het beste leven te geven wat we ze kunnen bieden.
Alleen nu ik wegzak in alweer een trauma, weer meer gehandicapt ben gemaakt en dit keer mijn loopvermogen is verdwenen, mijn wereld al bijna twee en half jaar gekrompen is naar de benedenverdieping van ons huis, het ziekenhuis ten strijde is gegaan om mij de schuld van hun medische misser in de schoenen te schuiven en mij een lang en moeilijk traject te wachten staat met een beroerde prognose, als ik het al aandurf, merk ik dat de trots plaats maakt voor echt niet weten hoe ik er eigenlijk doorheen gekomen ben. Ik zit terug in voortdurend flashbacks, nachtmerries als ik al kan slapen, huil elke dag wel minstens eenmaal hysterisch, moet aanvallen van razernij onderdrukken en heb soms het idee dat ik letterlijk gek aan het worden ben. Het is zóveel trauma, zóveel ellende, zóveel verlies, zóveel rouw. Het is teveel.
Er komt bij dat mijn man alweer het beloofde vaste contract niet heeft gekregen maar op het laatste moment is weg gereorganiseerd. Samen met anderen die ook nog geen vast contract hadden maar daar koop je geen droog brood voor. Het gaat tegenwoordig ook zo makkelijk. Je directeur, manager, collegae willen je al te graag houden maar het hoofdkantoor dat in Amerika, Engeland, België, Oostenrijk, Duitsland, Japan of in dit geval Frankrijk staat, wil personeelskosten minderen en gooit er een hoop mensen uit. Degenen zonder contract het eerst, wel zo goedkoop.
En waar mijn man normaal altijd betrekkelijk snel een nieuwe baan vond, is de situatie ondanks personeelstekort en overvloed aan vacatures toch plots anders. Ik had het niet aan zien komen maar de voor werkgevers zonderlinge doch magische grens van 55 jaar voor werknemers lijkt echt te bestaan. Van de 37 serieuze sollicitaties alleen al de afgelopen maand hebben er maar enkelen gereageerd, er kwamen nog minder gesprekken uit voort en vooralsnog geen baan. En zo zitten we voor de zoveelste keer in de situatie dat we van onze inkomens niet rond kunnen komen. De reserves zijn na vijf maanden bijna op en de kabinetsplannen en snel stijgende kosten maken me inmiddels doodsbang.
Ik weet het, u zou liever lezen over lichtpuntjes en positieve vergezichten. Daar zou ik ook liever over schrijven. Maar het is op. Ik ben kapot. Mijn brein voelt gesmolten en ik heb het gevoel dat ik nooit geboren had moeten worden. Hoeveel kan een mens in een leven verstouwen?
Toch een lichtpuntje. Onze lieve hond Fire. Ook zwaar getraumatiseerd maar hij maakt nog steeds stappen vooruit. En is het enige waar we korte geluksmomentjes uit halen.
Psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen zijn het altijd al eens geweest. Ze konden niet helpen. Er speelden en spelen ‘gewoon’ teveel negatieve en traumatische gebeurtenissen in mijn leven en er staan veel en veel te weinig positieve gebeurtenissen tegenover. Ze hebben gelijk, daar ben ik niet mee geholpen.