Category: Oud zeer Page 3 of 5

Realist onder naïevelingen (Of wat is ptss?)

Een definitie van een post traumatische stress stoornis (ptss) is moeilijk te geven. Het is een naam voor een verzameling van klachten na een of meerdere traumatische gebeurtenissen die niet verwerkt zijn. Maar zeg nu zelf, nu weet u waarschijnlijk nog nagenoeg niets. U kunt nog een kijkje nemen bij de (nieuwe) DSM-V criteria maar ik vermoed als u niet zelf of professioneel te maken heeft (gehad) met ptss, zulke criteria eigenlijk even zo nietszeggend zijn als de definitie ervan. Natuurlijk kan ik u vertellen welke symptomen ik zelf heb. Opdringerige, intense herinneringen op spontane, onverwachtse tijdstippen over de dag, levensechte nachtmerries waar ik schreeuwend en zwetend uit wakker wordt. Schrik, angst, geprikkeldheid, eenzaamheid maar ook dissociatie, het gevoel dat er een onzichtbare muur tussen mij en de rest staat en mijn herinneringen uit een film of boek afkomstig zijn. Tintelingen, een gortdroge mond, het gevoel dat er een voorwerp tegen mijn keel gedrukt zit, benauwd op de borst, trillen, mijn hartslag bonzend in mijn oren. En nog wat klachten meer, varierend door wat de dag brengt en hoeveel triggers er langs komen fietsen. Expliciete klachten waar iedereen zich het een of het ander bij voor kan stellen. Toch blijft het een redelijk nietszeggende opsomming, het is immers volkomen onduidelijk waardoor die klachten veroorzaakt worden.

Zelf heb ik wel eens gezegd dat ik in een andere wereld leef. En in mijn wereld heerst vijandigheid en ligt overal gevaar op de loer. Gevaar voor degenen die ik lief heb en nog meer gevaar voor mijzelf. Ik ben bedacht op pijn, verdriet, schade en verlies onder het mom dat het verleden wel degelijk voorspellende waarde voor de toekomst heeft. Waarom ook niet? De geschiedenis heeft zich ruim vijfendertig jaar keer op keer herhaald. Wat zou maken dat het nu ineens stopt en voortaan alleen de zon nog zal schijnen?

Daar zou u zich wellicht iets bij voor kunnen stellen als ik afkomstig was uit een oorlogsgebied met op elk dak een sluipschutter, maar dat is niet zo. Mijn ouders zijn tot mijn moeders dood gelukkig getrouwd geweest, ik ben gewoon naar school gegaan, heb twee universitaire studies gevolgd en zo op het oog leef ik het leven van menigeen in een overwegend fijn land. Okee ik ben chronisch ziek maar dat is verre van uitzonderlijk te noemen nietwaar. Niets geen extreme situatie aan te ontdekken dus  maar daar zit dan ook de kneep. Het gevaar ontstond op plekken waar een gemiddeld mens het niet direct verwacht. Plaatsen waar ouders, vrienden of instanties  je niet voor waarschuwen. Integendeel, menigeen zal je er eerder nog heen zenden voor veiligheid, steun, hulp, zorg en meer goeds.

Heb ik dan de pech gehad net alle monsters te treffen die op deze wereld rondlopen, de rotte appels binnen de groep eigenlijk fijne mensen? Nee, dat is niet zo. Mijn moeder was een populaire, geliefde vrouw met vele positieve eigenschappen. Zij had met reden ernstige psychische problemen maar was bepaald geen monster. De huisarts waarbij ik zijn handelen (en enige nalatigheid) maar net heb overleefd, is dezelfde huisarts waar buren, bekenden, vrienden en zelfs schoonfamilie heen gaan voor medische zorg en die ook krijgen. Iemand die door velen sympathiek gevonden zal worden en ongetwijfeld geliefd is bij zijn naasten. Hetzelfde geldt voor andere zorgverleners, er zit geen Jansen Steur tussen. En hoewel meer mensen vervelende dingen meemaken bij hulpdiensten en instanties, verlaat de gehele maatschappij zich op hen en zal niemand voorstander zijn de hele handel maar af te schaffen in de veronderstelling dat ze meer kwaad dan goed doen. In tegendeel zelfs, het zijn mensen die met redenen hoog gewaardeerd worden binnen de samenleving.

U zou nu kunnen concluderen dat ik dan de gestoorde in deze stoornis moet zijn, degene die de wereld compleet verkeerd ziet. Een hallucinatie met realiteit verward, zoiets. U zou de eerste niet zijn met die conclusie. Ik leer echter steeds meer dat ook dat niet het geval is. Al mijn overlevingsstrategieën, angsten, verdriet, boosheid en andere reacties – mentaal als fysiek – zijn volkomen normaal  gedurende en na wat ik heb meegemaakt. Iets waar elke geest en elk lichaam in feite op dezelfde wijze op reageert en onder invloed van veel voorkomende omstandigheden op dezelfde manier in kan blijven hangen. Als een computerprogramma met een scheef bitje wat telkens op dezelfde manier crasht, zoals elke computer zou doen onder hetzelfde scheve bitje.

Het had u dus ook kunnen overkomen (en enkelen van u zal het tot mijn verdriet ook overkomen zijn) en dan had u in hetzelfde schuitje gezeten als ik nu. De enige reden dat mijn reacties en klachten tezamen tot een stoornis zijn gebombardeerd, is wegens een groot, overkoepelend overlevingsmechanisme wat iedereen van moeder natuur mee krijgt en mensen met ptss op expliciete gebieden van afwijken. Namelijk het vooraf negeren dat er overal gevaar bestaat en dat rampspoed je zomaar, zonder reden elke seconde van de dag kan overkomen. Een logisch, mooi en vooral noodzakelijk natuurfenomeen.  Immers leven is door de mogelijkheid te struikelen tot een aardbeving in zichzelf een gevaarlijke aangelegenheid. Zou men zich hier voortdurend van bewust zijn, zou leven voor niemand te doen zijn. We waren hoogstwaarschijnlijk gewoon uitgestorven, niemand bij zijn volle verstand zou nog een kind op de wereld zetten.

Soms voel ik me dan ook de realist onder de naïevelingen. Wel een realist onder behandeling, in de hoop in enige mate weer wat van die naïviteit terug te kunnen laten keren in mijn hoofd.

 

Comments (6)



Ik ben geen slachtoffer (meer)

Toen ik aankondigde veel te gaan schrijven over mijn chronische, complexe post traumatische stress stoornis en de traumatherapie die ik volg, wist ik wel dat ik er voor koos erg openhartig te zullen zijn. Nu ik van de twaalf schrijfsels er nog geen een heb durven plaatsen, realiseer ik me pas hoe openhartig. Letterlijk mijn ziel en zaligheid voor iedereen die het wel of niet wil lezen. Betrekking hebbende op de slechtste, meest verdrietige en pijnlijkste momenten van mijn leven, de donkerste kant van mijn brein en het binnenste van mijn hersenspinsels.

De gedachte dat voor mij (relatief) vreemden het zullen lezen, doet me dan niet zoveel. Het idee dat bekenden het kunnen lezen en de wetenschap dat velen dat ook doen, maakt me meer benauwd. Dat zijn mensen die mij in meer of mindere mate kennen. Die ik tegen kan komen en in de ogen kan kijken. Wiens opmerkingen en soms kritiek toch een beetje kunnen raken. Er zitten mensen tussen die mij bewust maar nog vaker onbewust erg veel pijn hebben gedaan, waar ik mij misschien wel erg kwetsbaar voor maak.

En dan heb je nog het groepje mensen wat mij heeft mishandeld, de grond in heeft getrapt en mede verantwoordelijk is voor de post traumatische stress die mijn leven nog beheerst. Mensen waar ik in gedachten menigmaal overheen gereden ben en die ik ontelbare keren veel lelijks heb toegewenst. Zij verdienen het niet om te lezen wat de vruchten van hun harde werk is maar ik weet van enkelen van hen dat zij mijn log al langere tijd volgen.

Toch denk ik dat ik de moed zal blijven verzamelen om het schrijven door te zetten. Omdat ik geen slachtoffer meer ben en me zo ook niet wil voelen. Zou ik niet schrijven vanwege anderen, zouden ze mij op bepaalde manier nog in hun greep hebben, Denk, voel en handel ik weer niet vanuit mij maar laat ik me opnieuw dicteren door anderen. Laat ik een klein stukje controle uit mijn handen glijden in plaats van de touwtjes volledig terug in handen te nemen.

Ik weet het zelfs zeker. Laat ik mijn energie niet verspillen aan hufters en sukkels maar gewoon lekker openhartig schrijven, zoals ik dat wil.

Comments (7)



Ik mag niet ziek zijn

De heersende opinie in een (aanzienlijk) deel van mijn omgeving is lang geweest dat ik vooral nergens aan wilde toegeven. Dat ik niet wilde toegeven aan ziekte en handicaps. Niet wilde toegeven aan psychische problemen. Nog minder wilde toegeven dat ik hulp en zorg nodig had. En nog steeds aan dat alles niet wil toegeven. Pure koppigheid.

Ik begrijp dat wel. Alleen zo simpel zit het niet in elkaar.

Als kind van vijf is mij wijs gemaakt dat ik niets mankeerde met de nadruk dat ik geen pijn kon hebben. Mijn pijn bestond simpelweg voor niemand en mocht voor mij ook niet bestaan.  Zogenoemde pijn zat slechts in mijn hoofd. Het was fantasie en een negatieve manier om aandacht te verkrijgen, althans zo werd het bestempeld. Klagen en huilen werden dan ook genegeerd of met een hoop ruzie bestraft. Om ‘beter’ te worden moest ik daarbij oefeningen doen die onnoemelijk veel pijn opleverde, actviteiten ontplooien en volhouden die pijn opleverde en ook daarbij gold dat ik niet mocht klagen en niet mocht huilen.

Sowieso werd ziekte zelden geaccepteerd thuis. Er werd vanuit gegaan dat ik niet ziek was maar een motief had. Zo waren mijn ouders overtuigd dat ik mijn ontbijt uitkotste omdat ik een bepaald uitje niet wilde en voelde ik wekenlang de teleurstelling als ik volgens hen een activiteit voor hen had verpest. Toen ik mijn enkelbanden bijna geheel had afgescheurd, was mijn moeder vooral boos dat ze me met een dure taxi van school moest komen halen om naar het ziekenhuis te gaan en ik het later niet volhield om een kilometer te hinkelen. Ze verzorgde me alle keren overigens wel met paracetamol, zelf gemaakte bouillon, boeken, tijdschriften, dikke dekens en alles wat er mogelijk bij kwam kijken. Alleen de liefde, de troost en het begrip ontbraken en de verzorging ging altijd gepaard met sacherijn en boosheid.

Ik denk dat mijn ouders dit niet met kwade opzet zo gedaan hebben. Mijn moeder had een ernstige post traumatische stress stoornis met psychoses en was niet bestand tegen ziekte om haar heen. Ze wilde simpelweg uit alle macht niet dat ik ziek zou zijn en wilde er alles aan doen om mij zo gezond mogelijk richting volwassenheid te krijgen. Ik vermoed dat mij ziek zien een zogenoemde ‘trigger’ voor haar was. Het wekte woede op over trauma’s waar ik niets mee te maken had, niets van begreep en niets aan kon doen.

In feite maakt het niet uit waarom mijn ouders hebben gedaan wat zij gedaan hebben. Het heeft nogal desastreuze en lichtelijk absurde gevolgen gehad in mij. Vijf jaar jong is te jong om je te wapenen tegen zoveel onrecht. Te jong om er iets van te begrijpen. En te jong om er iets tegen te kunnen doen. Ik deed wat een kind doet als ze zich zo in het nauw gedreven voelt, niet krijgt wat ze nodig heeft en de meest veilige omgeving tegelijkertijd de meest onveilige en onvoorspelbare omgeving is: ik vervormde de werkelijkheid. Voor een kind is het niet mogelijk om te denken dat degene waar je absoluut afhankelijk van bent, je zoveel kwaad doet.

Dus zocht ik het in mijzelf in kinderlijke termen onder kinderlijke redeneringen. Ik kreeg straf als ik iets heel ergs had gedaan en ik kreeg straf als ik huilde of klaagde dat ik pijn had of ziek was. Dus pijn en ziek moesten wel heel erg slecht van mij zijn. Bovendien werd mij voortdturend duidelijk gemaakt dat pijn en ziek niet écht waren, het was het resultaat van mijn (in mijn ogen) verwrongen fantasie. Om straf te vermijden en misschien nog wel meer om weer lief gevonden te worden, ben ik mijn uiterste best gaan doen niet te voelen. Geen pijn voelen, niet ziek zijn, geen grenzen aan mijn kunnen zien. Alle tekenen van mijn lichaam dat er iets mis was, leerde ik vakkundig te negeren. Wat niet geheel uit te bannen was, hield ik angststvallig voor me. Niet huilen, niet klagen, niets zeggen.

Het lukte beter dan u zich waarschijnlijk kan voorstellen. Natuurlijk ervaarde ik nog wel enigszins tekenen van mijn lichaam en voelde ik wel signalen, maar als ik al geleerd had ze te interpreteren is dat me grondig weer afgeleerd. Beter gezegd heb ik niet geleerd welke emoties, gevoelens en woorden gekoppeld zitten aan fenomenen als ziekte of pijn maar er andere etiketten op geplakt.

Mijn verbijstering en ongeloof was dan ook enorm toen een neuroloog mij drie jaar terug vertelde dat ik mijn hele leven al met een progressieve, neurologische spierziekte aan liep te modderen. Dat ik me niet had aangesteld en het met fantasie niets te maken had gehad. Dat de pijn, de spierzwakte, de slechte coördinatie en motoriek er werkelijk geweest waren, al voor mijn vijfde levensjaar. Dat ik alleen maar niet was geloofd en daar niets, niets, niets aan heb kunnen doen.

De goede man heeft er veel moeite in gestoken me te overtuigen. Hij kon het bewijzen met onderzoeksresultaten en logica waar ik geen speld tussen kon krijgen. Rationeel wist ik redelijk snel dat hij gelijk moest hebben. Dat het al mijn klachten symptomen van mijn jeugd tot heden verklaarde. Dat mijn zenuwbanen en spieren inderdaad kapot zijn. Maar rationeel overtuigd raken is nog wat anders dan het geloven.

Zie het maar alsof u na negendertig jaar te horen krijgt dat tafels geen tafels zijn. Of de kleur rood eigenlijk geel is. Zelfs als u overstelpend bewijs daarvoor krijgt, zal het u grote moeite kosten dat te geloven. Logisch ook, een diep ingesleten overtuiging van zoveel jaren is niet makkelijk even overboord te gooien. Mensen doen er jaren over om van hun geloof af te vallen. Ik ben daarin niet anders. Het is alleen wat moeilijker voor te stellen dat mijn geloofsovertuiging was dat ik niet ziek was en geen pijn had.

Het is nu drie jaar na de diagnose. In revalidatie heb ik tot zekere hoogte mijn lichaam leren kennen. Ik kan enigszins signalen in mijn lichaam herkennen die erop wijzen dat er iets meer mis is dan normaal. Heb vrij aardig geleerd dat een lichaam grenzen kent en waar die ongeveer liggen. Ik weet een beetje wat ik wel en niet aan kan of eigenlijk wat ik verondersteld wordt wel en niet aan te kunnen.

Maar als ik heel eerlijk ben, ben ik nog steeds niet echt van mijn geloof af gevallen. Gevoelsmatig heb ik geen spierziekte maar ben ik een meisje van vijf dat zich enorm aan loopt te stellen. En heb in mijn achterhoofd altijd vaag de angst dat mensen daar nog wel achter zullen komen. Dan zal iedereen weer boos zijn op me net als vroeger. Want ik mag niet ziek zijn.

Comments (13)



Hartenkreten van mijn vader

Twee weken na zijn dood vond ik de langste, een hartenkreet die hij niet had gepubliceerd en zelfs mij niet had laten lezen toen hij zijn pijn in 2003 aan papier toe vertrouwde. Hij gaf aan zichzelf toe dat ik gelijk had gehad, dat hij eigenlijk niet wilde leven zonder mijn moeder.  Dat hij wel had geprobeerd een natuurlijke dood te forceren. En vertelde aan papier dat hij bleef leven omdat hij haar had beloofd mij niet te verlaten.

Zondag vier januari 2009 om even over elf uur ‘s avonds is mijn vader alsnog uit het leven gestapt. Omdat hij ernstig ziek was. Geen kwaliteit van leven meer had. Er alleen nog maar pijn was. Omdat hij bang was dat ik maanden later over hem zou moeten beslissen en hij me dat moment wilde besparen. Opdat het zijn beslissing kon zijn, zonder toestemming te hoeven vragen aan wildvreemden. Zodat hij het kon doen op een wijze die hem al jarenlang mateloos fascineerde. Om zichzelf heel veel meer ellende te besparen. En omdat de pijn van mijn moeders dood en haar zo verschrikkelijk missen, alleen maar groter geworden was.

Die ene hartenkreet die me door mijn ziel heeft gesneden, mocht ik niet van hem delen en houd ik ook liever voor mijzelf. Er zijn vijf andere hartenkreten die hij zelfs eens heeft gepubliceerd. Toen vond hij het fijn dat mensen ze wilden lezen en er reacties op gaven. Vandaar dat ik ze deze nacht ook hier plaatst:

Foto

Nooit meer samen

Wachten op het einde

Mooie herinneringen

Stil in huis

 

Comments (3)



Hartenkreet van mijn vader: Stil in huis

Stil in huis

Lig in bed m’n ogen dicht
Als altijd zie ik je gezicht
Half vier, ik weet wat wacht
Het wordt weer een lange nacht

Zoveel wat ik nog zeggen wil
Maar naast me is het schreewend stil
Half vijf, het blijft maar malen
Je blijft maar door m’n hersens dwalen

Teveel gedachten in m’n kop
Kom, steek nog maar een peukje op
Half zes, ik zie je staan
En heel zacht raak ik je aan

Maar dan ben je er niet meer
Uit de dood keert niemand weer
Half zeven, zelfs geen ruis
Mijn god, wat is ’t stil in huis

Schrijver: PideNs, 13-08-2003

Comments (2)



Hartenkreet van mijn vader: Mooie herinneringen

Mooie herinneringen

De zomer haast voorbij
Nog een laatste dagje vrij
Camera en honden mee
Wij gaan lekker naar de zee

Eenmaal bij het strand gekomen
Begint de regen flink te stromen
Snel een winkel opgezocht
Wat plastic regengoed gekocht

Tot aan ons nek toe ingeregen
Kunnen we er wel tegen
Inmiddels neemt de wind flink aan
Echt een dagje om naar zee te gaan

De golven beuken op het strand
Dicht tegen elkaar, hand in hand
De honden rennen als een gek
Het water druipt ons in de nek

Die regenjas die kan me wat
We zijn al tot ons huid toe nat
Wat we daarna hebben gedaan
Dat gaat geen sterveling wat aan

Eenzame visboer, heel alleen
Extra portie voor iedereen
Natte auto, laatste zoen
Zou ’t graag over willen doen

Schrijver: PideNs, 08-08-2003

Comments (0)



Hartenkreet van mijn vader: Wachten op het einde

Wachten op het einde

De beslissing is genomen
De familie langs gekomen
Voor iedereen een laatste groet
Je bent een reus, als je dat doet

Daarbij voel ik me heel klein
Jij ondergaat toch allle pijn
Het infuus wordt ingebracht
En ik zie nog hoe je lacht

De dood is welkom. al te waar
Het leven word je nu te zwaar
Laat de morfine nu maar stromen
En de rust over je komen

Ik hou je veilig in m’n armen
Wou dat ik je echt kon verwarmen
Maar voor jou hoeft ’t niet meer
Kijk je aan, de laatste keer?

Het laatste uur, alleen voor mij
Je bent er gelukkig niet meer bij
Opeens hoor ik je adem stilstaan
Je hebt het eindelijk laten gaan

Schrijver: PideNs, 06-08-2003

Comments (0)



Hartenkreet van mijn vader: Nooit meer samen

Nooit meer samen

Na 18 maanden doet het nog steeds pijn
Kon ik maar even bij je zijn
Je wilde dat ik door zou gaan
Anders maakte ik er een einde aan

Maar ik leef nog steeds in het verleden
De dingen die we samen deden
Staan me nog helder voor de geest
Soms mis ik dat nog wel ’t meest

Gewoon samen wat kleren kopen
Of even met de hond gaan lopen
Zomaar wat zitten in de tuin
He kleine, is m’n rug al bruin

De simpele dingen van ’t leven
Die zijn me nu niet meer gegeven
Het leven doet alleen maar pijn
We zullen nooit meer samen zijn

Schrijver: PideNs, 02-08-2003

Comments (0)



Hartenkreet van mijn vader: Foto

Foto

Ik kijk je heel lang in je ogen
en word weer even meegezogen
Mensen vinden die foto naar
getekend gezicht en zonder haar

Maar voor mij geld de gedachte
dat je voor ‘t eerst weer lachte
Toen ik die foto heb genomen
wisten we dat het goed zou komen

De chemo werd je haast fataal
‘t middel erger dan de kwaal
Maar je was een echte vechter
nu kon ’t toch niet meer slechter

Uiteindelijk was ‘t goed gegaan
die operatie kon je ook wel aan
En inderdaad, al was ‘t nipt
daar ben je ook doorheen geslipt

Nu zouden we weer echt gaan leven
maar ’t was ons niet gegeven
Meer aangetast dan was gehoopt
werd je langzaamaan gesloopt

Zoveel was je al afgenomen
Toen is de kanker teruggekomen
Alles heb je moeten geven
en tenslotte ook je leven

Schrijver: PideNs, 02-08-2003

Comments (0)



Nieuwe start keer drie

Het had een jaar van traumatherapie en vooruitgang moeten worden maar het werd het jaar van de eeuwige intakegesprekken. Dat wil zeggen dat ik zojuist voor een derde maal een verlengde intake heb doorlopen. Wie zegt dat hulp krijgen makkelijk is?

Van de neuroloog tot de medisch maatschappelijk werker had ik al meerdere malen het advies gekregen een goede traumatherapeut te zoeken voor met name mijn ervaringen in de zorg. Ik wist natuurlijk wel dat zij gelijk hadden maar de drempel was monsterlijk hoog. Voor mij voelde het alsof ik hulp moest gaan vragen aan iemand die me een week eerder het ziekenhuis in geslagen had, iets wat geen zinnig mens zou doen. Ik viel al bijna flauw bij alleen de gedachte aan het maken van een afspraak en heb dus gedaan wat bijna iedereen met een post traumatische stress stoornis doet: van alles verzonnen om de stap maar niet te hoeven nemen.

Dat kon niet goed blijven gaan en dat ging het ook niet. Begin dit jaar maakte ik daarom met lood in mijn schoenen en weerzin in mijn lijf een afspraak bij mijn huisarts. Die was allang blij dat ik niet kwam vertellen bij nader inzien naar het medisch tuchtcollege te stappen en binnen twee minuten stond ik weer buiten met een verwijzing en de opdracht me binnen een week aan te melden bij een ggz-instelling.

Hoewel onder advies van de huisarts een traumatherapeut plus een medisch psycholoog was toegezegd, trof ik een basispsycholoog voor lichte tot milde problematiek tegenover mij. Daar ging het dan ook meteen grondig mis. De psycholoog in kwestie schrok zich kapot van mijn verhaal en concludeerde uit het niets dat ik zeer, zeer suïcidaal moest zijn. Voor de goede orde, dat was en ben ik absoluut niet maar ik heb haar niet meer kunnen overtuigen. Helaas was dit niet het enige wat ze op fictie baseerde, de uiteindelijke rapportage leek geschreven te zijn met in de ene hand een joint en de andere een fles wijn. Vrijwel alle feiten waren aangepast in gedachten kronkels van betreffende psycholoog. Het strekte zo ver dat mijn moeder volgens de rapportage op twee verschillende data zou zijn overleden en ondanks twee kansen om minstens éénmaal de sterfdag goed te hebben, stond de juiste datum van overlijden er niet tussen. Vond ik dat al pijnlijk verbijsterend, nog absurder werd het toen mij geweigerd werd al deze foutieve gegevens te corrigeren. Als klap op de vuurpijl werd een zeer verouderde mis-diagnose uit mijn uiterst nare medische verleden opgediept en werd zo de diagnose post traumatische stress stoornis weg gegooid om plaats te maken voor een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik heb de kans niet gekregen verontwaardigd weg te lopen. De instelling bleek sowieso de capaciteiten niet in huis te hebben om mij te helpen. Ik werd verbijsterd en al terug naar de huisarts verwezen met het advies me naar een andere instelling te laten doorsturen. Om de cirkel van achterlijkheid rond te maken betrof het een instelling waar ik wegens fysieke beperkingen niet zelfstandig kan komen voor een therapie die ik wegens dezelfde beperkingen niet aan zou kunnen met betrekking tot een stoornis die ik niet heb.

Keihard bevestigd in elke doemgedachte die ik bij voorbaat al had gehad en de overtuiging dat de wereld volslagen imbeciel moet zijn, durfde ik op dat punt helemaal geen hulp meer te zoeken. Ik ben vierendertig jaar niet geloofd in de zorg, ik kan het echt niet meer aan om dit nog eens vierendertig jaar over te doen in de psychische hulpverlening. Alleen ging ik het echter ook niet redden duidelijk, ik was hard bezig ten onder te gaan aan flashbacks, nachtmerries, huilbuien, woede aanvallen en meer. Een dierbare had een idee. Hij had onlangs een behandeling in verband met ptss afgesloten bij een volgens hem fantastische therapeut. De instelling was voor mij niet bereikbaar, maar zijn therapeut zat als enige op locatie in Roosendaal. Ze was al in grote lijnen bekend met mijn verhaal en had daar nooit vraagtekens bij gesteld. Wellicht zou ik het bij haar aandurven hulp te vragen? Nu is het beleid dat een psycholoog geen verschillende leden van dezelfde familie in behandeling neemt. Maar na een noodkreet per mail volgde tegen al mijn verwachtingen in een positief antwoord, ze was zeer bereid me te zien.

Bibberend met het gevoel ter plekke geëxecuteerd te zullen worden, durfde ik alleen nog naar binnen als mijn man mee ging. Natuurlijk werd ik niet geëxecuteerd. In tegendeel, mijn enorme wantrouwen maakte elk gesprek een beetje meer plaats voor een gevoel van steun en begeleiding. Een week of zeven en drie intakegesprekken later volgde het oordeel: een complexe post traumatische stress stoornis door meerdere, langdurige trauma’s. De behandeling die werd voorgesteld, zou minstens een jaar in beslag nemen en zeer intensief zijn, met de waarschuwing dat ik me in periodes nog veel beroerder zou gaan voelen dan nu al het geval was. Er werd een voortraject ingezet om me te stabiliseren, zeg maar me voldoende stevig in mijn schoenen te krijgen om de werkelijke traumatherapie ook echt aan te kunnen. En er werd een plan gemaakt zodat ik het fysiek zou kunnen bolwerken. Het was even slikken maar ik tekende toch graag, vol vertrouwen dat de behandeling me uiteindelijk veel zou gaan brengen.

We zijn tot vier sessies gekomen waarin ik snel en veel vooruitgang boekte. Daarna had ze vakantie en toen ze terug kwam, deed ze een mededeling waardoor de grond onder mijn voeten verdween. De onderhandelingen met zorgverzekeraars en gemeenten waren gestart. Zorgverzekeraars gaan minder vergoeden om langdurige behandelingen af te bouwen, gemeenten durven amper jeugdzorg in te kopen. Gevolg: de instelling was druk aan het bezuinigen geslagen en mijn behandelaar was in haar vakantie ontslagen. Ze had nog een maand opzegtermijn en dan zat ik in feite zonder hulp. Om het nog erger te maken was het onduidelijk of er vervanging zou komen, de kans was zeer wel aanwezig dat de hele locatie Roosendaal opgeheven zou worden. Mijn behandelaar vertelde bezorgd dat dit flink zou toevoegen aan mijn trauma maar dat ze alles zou doen om een oplossing voor me te vinden. Ik geloofde niet dat ze dat zou kunnen in een wereld waar geld en de cashende zorgverzekeraar regeert.

Zij heeft echter geen post traumatische stress stoornis en kwam wel degelijk met een oplossing. Ze had contact gehad met een andere, onbekende praktijk met veel ervaring met trauma en deze bereid gevonden mijn diagnose over te nemen en mijn behandeling voort te zetten. Als ik het tenminste aandurfde dan. Dat durfde ik helemaal niet aan maar goed, ik zag wel in dat het rationeel gezien een degelijke oplossing was vanuit een psycholoog die nou eenmaal niet kan toveren. Er zou bovendien begeleiding blijven tot mijn dossier helemaal overgedragen was en ik het gevoel had bij de nieuwe instelling verder te kunnen. Ik stemde dus toe en afgelopen oktober werd de molen aan verwijzingen en vragenlijsten voor de derde maal dit jaar in gang gezet.

Aanvankelijk leek het ook hier mis te gaan. Mijn diagnose werd helemaal niet overgenomen, ik werd van hot naar het geschoven en beloftes en toezeggingen werden voortdurend gebroken. Een hoofdbehandelaar, die ik niet eens had gesproken, besloot bovendien te willen onderzoeken of ik niet toch een persoonlijkheidsstoornis zou hebben. Een term waarbij al mijn alarmbellen af gaan inmiddels. Uiteindelijk vonden vier gesprekken en een fikse mailwisseling plaats, gaf ik antwoord op bijna vijfhonderd vragen en zag mijzelf voor eeuwig verstrikt in een verlengde intake. Op het moment dat ik compleet gesloopt het bijltje erbij neer wilde smijten, wilde de hoofdbehandelaar zelf in gesprek. Er volgde een goed, informatief en verhelderend overleg en ik kreeg bovendien oprecht klinkende excuses voor alles wat mis was gegaan. Op zich al een geheel nieuwe ervaring voor mij, blijkbaar kunnen problemen in de zorg soms werkelijk opgelost worden. Er was verder geen persoonlijkheidsstoornis of – problematiek gevonden en ik zal de eerder ingezette behandeling opnieuw kunnen gaan starten. Blijkbaar heb ik ergens dit jaar wel enige vooruitgang geboekt, onzeker en angstig heb ik toch durven besluiten hen de kans te geven mij te helpen.

En daar ben ik nu. De diagnose complexe post traumatische stress stoornis is aangepast in een chronische post traumatische stress stoornis. Men denkt dat ik zeventig tot tachtig procent verbetering zal kunnen bereiken, de rest zal ik mee moeten leren omgaan. Zover zijn we nog lang niet. Ik ga opnieuw starten met stabiliseren om verderop in de behandeling de traumatherapie aan te kunnen, ben opnieuw ingepland voor een jaar en ben opnieuw gewaarschuwd dat het loodzwaar zal zijn. Hoewel ik de vier sessies bij de vorige instelling veel inzichten heb opgedaan, is het een druppel op een gloeiende plaat. Na alle dramatiek die er op gevolgd is, ben ik er in bepaalde opzichten dan ook slechter aan toe dan begin dit jaar.

Het is niet anders, dat kan nu eenmaal niet meer terug. Ik ben in elk geval trots op mijzelf dat ik het aan heb gedurfd hulp te blijven zoeken bij mensen die voor mij voelen als ‘de vijand’. Dat ik het aan heb gekund open te blijven staan voor mogelijke oplossingen op momenten dat ik de hele hulpverlening al lang niet meer zag zitten. En bezit terug de goede hoop dat ik volgend jaar kerst wel zal zijn waar ik kerst dit jaar al had willen wezen.

Comments (7)



Page 3 of 5

Powered by WordPress & theme based on Lovecraft