Tag: Verdriet Page 3 of 4

En toen: polyneuropathie

Negentien jaar ziek, tientallen artsen die mijn klachten niet serieus namen, een arts die me voorloog waardoor de diagnose B12 tekort werd gemist en nog enkele artsen die getracht hebben de diagnose B12 tekort te ontkennen of de behandeling te stoppen. Pijnklachten worden al vijftien jaar verklaard door ‘vermoeden van beginnend atrose’.

Vanmiddag kreeg ik een EMG en scoorde ik uitermate beroerd op elk aspect van de test. Conclusie: polyneuropathie. In plat Nederlands: de zenuwbanen in voeten en onderbenen zijn naar de klote. Voor de zekerheid ben ik verwezen naar een Academisch Ziekenhuis om mogelijk erfelijke aandoeningen uit te sluiten. Maar het vermoeden is toch dat het veroorzaakt is door een ongezien en verkeerd behandeld B12 tekort. Met atrose heeft het niets maar dan ook niets te maken.

Durf gerust te zeggen dat ik tranen met tuiten heb zitten huilen vanmiddag. Omdat de uitslag een stuk slechter uitviel dan ik mezelf – ondanks alle fysieke klachten – had wijsgemaakt. Maar ook omdat het waarschijnlijk is dat het veroorzaakt wordt door het B12 tekort. Als dat zo is, betekent het simpelweg dat ik naar de klote ben geholpen omdat een rits aan artsen het niet nodig vond een simpel, goedkoop bloedtestje uit te voeren. Dat ze allemaal net even de andere kant op keken of het makkelijker vonden te stellen dat het ‘vast psychisch’ was.

En ja ik weet het wel, ik kan die gedachte beter maar snel los laten. Maar vandaag even niet ..

Comments (12)



Wilsdood

Mijn vader filosofeerde vaker over zelfdoding en verschillende methoden om uit het leven te kunnen stappen. Van vrijwel elke methode wist hij alle mogelijkheden en onmogelijkheden. Dat klinkt depressief, luguber en zwaar op de hand maar zo was het eigenlijk nooit. Als hij erover sprak was het als een gesprek over een gebeurtenis op het werk of een voorval in de supermarkt. Vrolijk, met de nodige kwinkslagen. Theoretisch. Een interessant gespreksonderwerp voor een doordeweekse avond.

Tot hij me ergens in 2008 belde. Opgewekt, enthousiast en bijna opgewonden. Hij had een weinig bekend boekje gevonden. Een praktisch boekje. Elke methode van zelfdoding was er in opgenomen. Met uitleg over de juiste aanpak, de mogelijke problemen, de duur, de kans van slagen, wat de consequenties konden zijn als het mis ging. En er was nog iets wat dit boekje in zijn ogen heel bijzonder maakte, een methode die in geen ander boek en op geen enkele website zo goed beschreven stond als hierin. Een oeroude methode, veel gebruikt ten tijde van de Griekse oudheid maar tegenwoordig weinig bekend of gebruikt. Vol lof legde hij de methode aan me uit. Je moest niet alleen de polsen, maar ook een deel van de keel doorsnijden. Als iemand echt dood wilde en de moed had dit te doen, had deze methode alleen maar voordelen. Indien de messen vlijm- en vlijmscherp zijn, is het snijden relatief pijnloos. Door het snelle en grote bloedverlies, raakt iemand binnen dertig seconden in een fijne, prettige roes. De dood treedt daarna razendsnel in, binnen enkele minuten. Helemaal enthousiast was hij over de effectiviteit van deze methode. “Al rennen er op dat moment tien mensen tegelijk binnen, dan nog kan niemand meer ingrijpen”. Succes verzekerd.

Misschien kwam het omdat hij zijn leven lang al een fascinatie had voor messen en zwaarden. Of omdat hij eerder twee samoeraizwaarden van de muur had gehaald en weggedaan, om niet in de verleiding te komen ‘iets te doen’ op een donker, moeilijk moment. Wellicht was het omdat hij zijn levenlang al zijn keuken- en zakmessen toch al absurd scherp hield en ik dat altijd al griezelig vond. Of misschien zat het gewoon in zijn toon en de manier van vertellen, bijna voorbereid en trachtend me over te halen net zo enthousiast te worden als hij. In elk geval was dit de eerste keer dat ik er niet goed tegen kon. Dat ik bevangen werd door een vage, nare onrust. Eigenlijk wilde ik het niet horen. Eigenlijk wilde ik hier niet meer over praten. En vooral wilde ik niet dat hij zo vrolijk erover was. Ik wilde een enorm nadeel benoemen zodat zijn enthousiasme zou vervagen en de kennis over deze methode in vergetelheid zou kunnen verdwijnen. Het enige wat ik kon bedenken was dat iemand die zelfdoding pleegt, gevonden moet worden. Zei tegen hem dat het voor de nabestaande die dat moest zien, toch afschuwelijk moest zijn. Maakte dat het dan geen rotmethode? Hij was het wel met me eens dat het vinden een nare aangelegenheid zou zijn. Maar was dat niet altijd zo? In elk geval werden er op deze manier geen lukraak vreemden bij betrokken, zoals het springen van een flat of voor de trein doet. En dat zag er pas verschrikkelijk uit.

Ik moest nageven dat daar een kern van waarheid in zat. Mijn poging om het onderwerp van tafel te krijgen, was dan ook grondig mislukt. Sterker, leek het bijna alsof mijn tegenwerping zijn vuur alleen maar meer aangewakkerd had. Een opening had geboden om zichzelf in het verhaal te mengen. Hij filosofeerde hoe zoiets zou zijn, alsof hij het betreurde deze fascinerende daad niet uit te kunnen proberen zolang hij nog wilde leven. Boog zich over details in de uitvoering. Langzaamaan ging het niet meer over dat kloterige rotboekje maar over hem zelf. En terwijl de koude rillingen over mijn ruggengraat liepen, kon ik alleen nog fluisteren:“Dát ga je me toch nooit aan doen lieverd? Zeg asjeblieft dat je me dat nooit aan zal doen… ”

Die verschrikkelijke nacht in zijn huis, toen duidelijk werd dat er bloed was, dat er messen op tafel lagen, viel dit gesprek als een baksteen mijn herinnering terug binnen. Hoorde ik zijn stem in mijn hoofd, enthousiast en vrolijk over de genoemde methode. En pas toen realiseerde ik me dat hij eigenlijk geen antwoord had gegeven op mijn vraag. Dat hij er zorgvuldig niet op in gegaan was. En ik me – waarschijnlijk door wishfull thinking – af had laten schepen met de lieve, geruststellende woorden. “Och kleintje, daar hoef je toch niet van te schrikken. Dat is nu toch nog niet aan de orde, ik doe momenteel alles om in leven te blijven.”

Dit is het enige wat ik lange tijd niet heb begrepen. Waar ik boos over geweest ben. Woedend zelfs. Waarom moest hij nu precies voor die ene methode kiezen, waarvan ik had gevraagd dát niet te doen?

Pas toen ik dit op schreef, realiseerde ik me dat ik in feite niet boos ben op hem. Ik ben boos op anderen. Anderen die met deze methode niet om hebben kunnen gaan en dat nog steeds niet kunnen. Ik ben kwaad op de mensen die deden alsof deze methode ‘erger’ is dan welke andere methode van zelfdoding ook. Op de mensen die over elke zelfdoding konden praten en dat ook deden, behalve deze van mijn vader. Zij gaven me het gevoel dat mijn vader een monsterlijke daad had verricht met zijn beslissing op deze manier uit het leven te stappen. Ik daarmee rechtens en verplicht een leven lang ongeloof, onbegrip en weerstand had geërfd. En overschaduwden wat mijn vader voor me heeft willen doen. Want eigenlijk heeft mijn vader me vertelt dat dit geen opwelling was, geen noodgreep of daad van pure wanhoop. Heeft hij me laten weten dat hij uit het leven is gestapt op de manier die hij het prettigst vond. En daarmee het afschuwelijke ‘waarom’  waar zoveel nabestaanden ontzettend mee worstelen, voor me weggenomen.

Comments (8)



Er wordt verder aan gewerkt

Hij heeft zeker geweten dat ik hem niet zou vinden. Hij kon niet weten dat de politie ons zou vergeten. Dat het ziekenhuis niets zou zeggen. Dat de begravenisondernemer maar zou gaan doen. Dat werkelijk niemand ons iets zou vertellen. Dat ik hem daarom in zoveel onwetendheid op zou laten baren. Om afscheid te nemen van een persoon die niet mijn vader was. Met andere gezichtstrekken, omdat leegbloeden dat doet. (Verder …)

Op vier januari 2009 pleegde mijn vader zelfdoding. Zeer onorthodox is hij rustig op de bank gaan zitten en heeft zeer beheerst zijn polsen en zijn keel doorgesneden. Voldoende reden om een trauma op te lopen.

Toch was dit niet de reden dat mijn hersenen het de afgelopen twee jaar niet meer konden bolwerken. Mijn vader stapte niet zonder reden uit het leven. Naast het grote verdriet om mijn moeder die zeven jaar daarvoor overleden was, was hij ernstig ziek en stapelden de complicaties zich op. De prognose was uiterst slecht, hij zou binnen enkele maanden zeer pijnlijk overleden zijn, had hij deze beslissing niet genomen. Hij had me ook voorbereid in de zeven jaren er voor. Ik wist hoe hij over leven en dood dacht, dat hij steeds meer verlangde naar de dood, dat de kans groot was dat hij zou kiezen om zelf uit het leven te stappen. Ik herinnerde me na zijn dood de gesprekken waarin hij indirect had verteld over deze methode. Zijn afscheidsbriefje stond vol verwijzingen naar eerdere gesprekken die alleen ik begreep en voor mij houvast boden. Het was klote, het was verdrietig, het was onrechtvaardig, het was ellendig, het was om kapot van te gaan. Maar het had niet zo’n monsterlijke, overweldigende nachtmerrie moeten zijn waar ik compleet in vast zou draaien.

Dat was het wel. Niet vanwege mijn vader zelf. Wel vanwege de opstelling van elke professional die betrokken is geweest bij mijn vaders dood. De politie die ons letterlijk vergat. Bleef vergeten. Zelfs vier maanden en een klachtenprocedure verder alleen kon melden dat er geen proces-verbaal, rapport, dossier of ook maar een letter op papier is. Alleen foto’s. Die ik wel mag zien, dan worden ze met de postbode in de brievenbus gegooid. ‘Wilt u uw grootste nachtmerrie in een envelop met postzegel bezorgd hebben?’ ‘Nou nee, doet u dat maar niet’. Slachtofferhulp die de eerste uren niet was ingeschakeld en vervolgens hulp weigerde. Zelfdoding is geen misdrijf, wij waren ‘dus’ geen slachtoffer van een misdrijf en hadden ‘dus’ geen recht op hulp. De uitvaartondernemer die voluit adviseerde mijn vaders lichaam op te laten baren om afscheid te kunnen nemen omdat dat volgens hem zo goed en mooi zou kunnen. Achteraf gaf hij toe dat hij helemaal niet had geweten of het mogelijk was. Dat hij toen hij het lichaam zag, wist dat het eigenlijk geen goed idee was. Maar het toch deed. Samen met ontelbare fouten en missers waardoor het ‘afscheid’ gewoonweg afschuwelijk werd. Geen afscheid was. De officier van justitie die na vijf maanden ontzettend lief me vrijwillig, uit persoonlijke overwegingen een gesprek aan boodt om me toch wat beetje informatie te kunnen geven. Waar ik veel aan gehad heb en de man dankbaar voor blijf. Maar waarin hij mijn vader ook een ijskoude klootzak noemde en meer van dat. De notaris die me twee maal bedroog, zijn werk niet deed en er voor zorgde dat het afhandelen van de nalatenschap begon met rechtzetten van misverstanden, klachtenprocedures, conflicten en financiële problemen die niet nodig waren geweest. En maanden later het GGZ. Waar ik heen ging om over mijn vader, mijn ervaringen en mijn verdriet te praten maar waar duidelijk werd gemaakt dat dat niet tot de mogelijkheden behoorde en ik zelfs na twee gesprekken buiten werd gezet met het verzoek nooit meer terug te komen.

Op zijn zachtst gezegd ontvingen wij dus geen enkel begrip. Maar zij eisten dit begrip wel van ons. Ontelbare keren werd mij verzocht begrip te hebben hoe de manier waarop mijn vader uit het leven was gestapt, hen had geraakt. Hoe van slag zij waren geweest. Hoeveel geestelijke bijstand zij hadden gekregen om hiermee verder te kunnen. Vertelden ze hoe egocentrisch ik in hun ogen was, dat ik dat begrip niet meer kon opbrengen omdat ik godverdomme dat begrip ook niet kreeg. Bovendien werd ik beschouwd als praatpaal. Degene waar ze de gruwelijke details waar zij moeite mee hadden, tegen konden ventileren. Snoeihard. Wist ik maanden lang niet wat zich in mijn vaders huis had afgespeeld, kreeg ik wel afschuwelijke details over zijn lichaam en horror lijkende gissingen te horen.

En dat heeft me kapot gemaakt. Emotioneel volkomen gesloopt. Het bezorgde me beelden die ik zelf niet gezien had maar waar mijn hersenen volkomen mee op de loop gingen. Het zorgde er voor dat de beelden die ik wel gezien had, werden geïntensiveerd, vertekend en vergroot tot monsterlijker dan ze in werkelijkheid waren geweest. Ze kwamen terug in mijn nachtmerries en overdag plaagden ze me in flashbacks. Groeiend tot alles wat met mijn vader te maken had, van foto’s tot herinneringen, me alleen nog naar die nacht brachten waar ik ik doods- en doodsbang voor was geworden. Tot ik alleen nog maar bezig was nergens meer aan te denken, om maar niet te hoeven voelen.

Toen ik dus enkele maanden terug schreef dat ik ‘wat gelukkig wilde worden‘, was dat een behoorlijke understatement. Ik bestond uit angst, wantrouwen, machteloosheid, frustratie, woede en verdriet. Werd tientallen keren per nacht badend van het zweet wakker uit verschrikkelijke nachtmerries. Werd overdag nog vaker opgeschrikt door flashbacks en griezelige gedachten. En het laagje ‘ik ben vrolijk en doe mijn ding’ brokkelde in snel tempo af. Er werd ernstig Post Traumatisch Stress Syndroom met vermoeden van depressie vast gesteld en ik ben in een korte, zeer heftige traumaverwerking gestapt.

Dat heeft ontzettend veel goeds gebracht. En het allerbelangrijkste, het heeft het trauma weggehaald. Het trauma wat in mijn leven alles blokkeerde, inclusief rouwen om mijn vader en verwerken wat er die nacht is gebeurd. En waar ik nu mee bezig moet maar ook kan zijn. En voor de lezer, mee bezig zal zijn voorlopig.

Met slachtofferhulp heb ik destijds gesprekken gehad over het feit dat in Nederland een totaal gebrek is aan hulp voor nabestaanden van zelfdoding, terwijl die zo ontzettend noodzakelijk en belangrijk is. Samen met politie zou er naar gekeken worden, ik heb er echter nooit meer van terug gehoord. Vanmiddag kreeg ik via via nieuws dat slachtofferhulp inmiddels bezig zou zijn een vorm van hulp op te zetten voor deze groep nabestaanden. Ik hoop dat dat werkelijk gaat gebeuren. In een land waar slachtofferhulp al geboden wordt als je fiets wordt gejat, kan het toch niet bestaan dat nabestaanden aan hun lot worden over gelaten omdat het zelfdoding betreft.

 

Comments (19)



Lieve Rinus

De woorden zijn uit mijn hoofd gevallen, maar jij was al nooit een man van veel woorden. Je liet liever in daden zien wat iemand voor je betekende. Zoals toen mijn moeder nog leefde en je haar vele ochtenden buiten het bezoekuur om kwam ‘ontvoeren’ uit haar ziekenhuiskamer. Stiekem sigaretjes roken en lekker wat kletsen. Al heb ik 38 jaar aan leuke, grappige en intense herinneringen meer, is deze herinnering aan jou me het dierbaarst. Stoere man met oh zo’n klein hartje.

Ik zal je verschrikkelijk missen lieverd …

Comments (2)



'Gewoon' indrukwekkend

Dat ik bij de notaris kwam voor de overdracht van mijn vaders appartement. En dat dezelfde notaris me even apart nam om iets te bespreken. En ineens vertelde dat hij zich mijn vader nog kon herinneren. Van toen hij de overdracht regelde voor de koop van het appartement zeven jaar geleden. Vroeg of hij mocht weten hoe mijn vader overleden was. En duidelijk even van slag raakte toen ik vertelde dat hij zelfmoord had gepleegd. Liet merken dat mijn vader een fijne man was geweest. En begreep dat ik een afgrijzelijk jaar achter de rug heb.

Het was toch al een absurde dag. Het laatste afscheid met alle nare beelden en herinneringen die elke kamer in het huis bij me opriep, al was het nu volledig leeg. De verkoop van een appartement wat nooit van mij is geweest. Praten met de koopster die een nieuw leven gaat beginnen waar mijn vader het zijne liet. Een makelaar die werkelijk onbeschoft de lolligste thuis was en zelfs een medewerker van de notaris minuten lang luid uitlachte en bespotte om zijn uiterlijk. 

En dan de notaris. Hoeveel mensen zal die man niet gezien hebben in de afgelopen zeven jaren? Het was fijn om onverwachts troost te krijgen van een wildvreemde. Fijn om te horen dat zomaar iemand zich mijn vader nog kan herinneren, omdat hij op een positieve manier indruk achter gelaten heeft. Fijn dat zomaar iemand ook even stilstond bij de dood van mijn vader, op zo’n zogenoemde zakelijke dag.

En nu? De koop is rond en het eind van de afhandeling van de nalatenschap komt plots werkelijk in zicht. Dat ik wat kon zakken in de prijs werd beloond met slechts twee dagen te koop staan, op zichzelf al bijzonder in deze slechte tijd. En zo is de zakelijke rompslomp waarschijnlijk vele malen sneller voorbij dan ik had durven hopen of denken begin dit jaar. Nog even, nog even ..

Voor de mensen die zich afgevraagd hebben wat ik bedoelde met onderstaand stuk: Afgelopen vrijdag bleek dat de bank nogal gunstig naar zichzelf toegerekend had. Zo’n zes hypotheekbetalingen teveel. Niemand leek genegen dat snel recht te zetten, voor de zoveelste keer hoorde ik aan hoe alles ooit later wel op zijn pootjes terecht zou komen. In al die maanden is er echter niets op zijn pootjes terecht gekomen en dat heeft me al genoeg geld gekost. Dus besloot ik de zaken er wat simpeler en duidelijker op te maken. Het werd die vrijdag nog rechtgezet of ik zou vandaag niet tekenen voor de overdracht. Met medewerking van het notariskantoor resulteerde dat in de snelle oplossing die hieronder wat cryptisch beschreven staat.

Comments (13)



Nog maar even niet …

“Nog maar even niet he, kleintje” zei hij het laatste half jaar af en toe. En ik antwoordde standaard “Nee, doe maar niet”. Eenmaal durfde ik het aan, hem te vragen waarom hij dat toch af en toe zei. Hij lachte en zei dat het niks was. Iets wat hij eens op een briefje had gekrabbeld wat toevallig voor hem lag.

Achterop zijn afscheidsbriefje stond .. 

Nog maar even niet

De vele agenten, hulpdiensten en zelfs mijn familie hadden in de hectiek niet eens gezien dat er iets achterop het briefje stond. Mij sprong het meteen in het oog en in de chaos aan paniek, angst en pijn hoorde ik het hem alle honderd keer zeggen. Jezus, hoe vaak had hij de laatste maanden naar dat briefje gestaard? Zich afvragend of het genoeg was geweest of dat hij nog even door ‘moest’… Voor ons, omdat hij dat had beloofd aan mijn moeder. 

Het briefje zelf had hij enkele jaren daarvoor al geschreven, denk ik tenminste. Hij vertelde toen dat hij geprobeerd had een brief te schrijven. ‘Gewoon’, om te kijken hoe dat moet. Vertelde hoe moeilijk dat nog is want welke mensen schrijf je? Wat moet je er in zetten? Hoe uitgebreid? Het waren een paar zinnen geworden, dat was voldoende. Hij zou het later wel weer weggooien zei hij nog. Maar ik herken de inhoud. Voor derden een vreemd briefje. Door de herkenning voor mij van onschatbare waarde.

Eenmaal heeft hij verteld over de methode. Toen het nog niet direct aan de orde was of dat zei hij in elk geval. Enthousiast, omdat het in zijn ogen zo’n gewedig goede en fascinerende methode was. Eerst de aderen in de polsen in de lengte open snijden en dan de hals. Relatief weinig pijnlijk, snel, werkelijk onfeilbaar en het meest zelfstandige wat iemand kan doen om de dood te vinden. Vrolijk vroeg hij zich af of het mogelijk was, het moet tenslotte wel snel. En of hij het zou durven, als het aan de orde zou komen dan. Voelend dat hij dat zou kunnen én durven, stond het kippenvel op mijn huid. Ik heb hem nog gevraagd dat wanneer hij er ooit uit zou stappen, hij me dát toch niet aan zou doen. Ook daarbij lachte hij en zei dat het toch niet aan de orde was op dat moment. Pas na zijn dood realiseerde ik me dat hij eigenlijk geen antwoord op mijn vraag gegeven had.

Ergens klinkt het heel naar, dat mijn vader en ik tussen alle leuke en fijne gesprekken door al zoveel over dood en zelfmoord gepraat hadden. Het is ook naar. Ik heb zeven jaar geleefd met de wetenschap dat hij vrij waarschijnlijk geen natuurlijke dood zou sterven, maar er ooit zelf uit zou stappen. Al dacht ik toen nog dat ooit verder weg zou zijn. Ben vaak angstig geweest. Vroeg me niet alleen af hoe het met hem zou zijn of hoe hij zich zou voelen, maar in slechte periodes ook ook hoe ver of dichtbij hij bij een doodswens zou staan. Kon in paniek raken als hij de telefoon een keer niet opnam. Heb me meer bezig gehouden met de dood dan voor mijn leeftijd waarschijnlijk normaal is. Vond het soms moeilijk om het leven te waarderen, zo hecht verbonden zijnde aan iemand die de dood als zeer prettig zag.

Toch helpt het me ook, juist dat we erover gepraat hebben. Dat ik bijvoorbeeld weet waarom hij het gedaan heeft zoals hij het gedaan heeft. Dat het geen schreeuw om aandacht was. Dat het goed is dat ik het niet heb kunnen voorkomen, omdat hij dat absoluut niet wilde. Hoe lang hij er mee bezig geweest zal zijn. Dat hij niet bang was voor de dood. En nog veel meer. Al voel ik me soms toch schuldig, vraag ik me nog zoveel af en kan ik uren piekeren wat er door hem heen gegaan moet zijn van de gehele zeven jaar tot de laatste momenten voor zijn dood. Er is veel wat ik wel weet, er zijn relatief weinig onbeantwoorde vragen. En in gesprekken met andere nabestaanden van zelfdoding heb ik gemerkt, dat dat heel veel waard is.

Comments (14)



Ik heb er mijn buik vol van …

Kreeg er een chronische ziekte bij, werd 100% afgekeurd voor de WAO, daalde zestig procent in inkomen, mijn partner werd de werkeloosheid in gereorganiseerd en we verzopen in de financiële problemen. Mijn moeder overleed in onze armen, zesenveertig jaar en compleet gesloopt door chemokuren, operaties en vele, vele complicaties. Mijn vader probeerde achter haar aan te gaan door alcohol en verwaarlozing maar kon ik overhalen zich op te laten nemen in een psychiatrische kliniek, al nam hij me nog een tijd eigenlijk kwalijk dat ik hem niet dood had laten gaan. Toen hij opkrabbelde kreeg ik op de valreep voorstadium baarmoederhalskanker gesteld en werd met spoed geopereerd.

Dit is een jaar. Een jaar. Er waren al twee van zulke jaren aan vooraf gegaan. Er zouden nog zeven van zulke jaren volgen om tot de dag van vandaag te komen.

Het fysieke begin van het einde voor mijn vader was een galblaasoperatie. In plaats van dezelfde avond thuis op de bank te zitten, kwam hij door een nabloeding en complicaties op de intensive care terecht. Tegen alle kansen in overleefde hij het maar het zou het begin van vele complicaties en ziektes meer blijken. Uiteindelijk zo kapot van binnen, dat er geen leven meer was. Zo verlangend naar de dood, dat hij begin dit jaar beheerst zijn keel doorsneed. Hoe vaak heeft hij niet gezegd dat hij liever in die eerste operatie was gebleven? Wie had gedacht dat ik het nog zo roerend met hem eens zou raken op dat punt.

Vorige week werd op een echo van de buik een galsteen gevonden. Het is maar de vraag of die voor mijn klachten van het moment zorgen, maar het zou kunnen. En in dat geval is het voorstel om mijn galblaas operatief te verwijderen. Mijn galblaas.

Ik durf niet.

Ik wil het niet.

Misschien heb ik wel buikpijn omdat ik mijn buik er van vol heb. Letterlijk. Mijn buik vol heb van problemen en zwaarmoedige gevoelens. Van verwerkingsprocessen en depressieve periodes. En vooral van ‘moeten’, omdat er teveel is waar ik niet omheen kan…

Comments (17)



Windows helpt vergankelijkheid een handje

De laatste foto’s van mijn vader, zijn laatste mailtjes, enkele van zijn schrijfsels en de lieve mails en schrijfsels die ik had gekregen naar aanleiding van zijn dood. Allemaal dingen die ik nog vaak bekeek of las .. allemaal verdwenen. Alle backups daarvan op meerdere schijfruimtes .. eveneens verdwenen. Mijn mailprogramma inclusief mapindeling, compleet leeggeveegd. Met dank aan Windows Vista die blijkbaar eigenhandig besloot ongezien wat problemen ‘op te lossen’ en een en ander totaal willekeurig op te schonen. Een deeltje was extra opgeslagen en heb ik weer terug kunnen vinden, een deel is simpelweg verloren.

We hebben nog een recoveryprogramma laten draaien maar het mocht niet baten. Alhoewel ik werkelijk alles terug heb kunnen vinden, waren alle files die ertoe deden gesloopt en niets meer waard.

Bar ironisch dat ik de computer aan had gezet om precies deze bestanden die voor mij belangrijk waren, nog eens extra op CD te branden. Ronduit lullig dat alle zakelijke brieven en onbelangrijke bestanden rond mijn vaders dood zijn blijven staan.

Voor het eerst kreeg ik even een grondige hekel aan mijn PC …

Comments (10)



Ocherme de politieagent toch …

Tweeënzeventig procent [van de geinterviewde agenten] zegt ook dat het publiek onvoldoende waardering heeft voor de politie.

 Mijn eigen ervaringen met de politie zijn inmiddels erbarmelijk te noemen. Niet alleen omdat zij mij ‘vergaten’ op te vangen in de nacht dat mijn vader zelfmoord pleegde maar des te meer om de klachtenafhandeling die daarna volgde. Nu ik weer wat normaler kan nadenken zie ik pas hoe onbeschoft alle gemaakte fouten en gebrek aan medemenselijkheid totaal onder het tapijt geveegd zijn.

Sowieso de manier waarop een en ander juridisch werd afgedekt. In Nederland houden we van zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid, dus zodra bij onderzoek blijkt dat er sprake is van zelfmoord, is het geen politiezaak meer. In mijn geval werd daarmee verklaard waarom de belofte dat er politie in het huis van mijn vader zou zijn om mij op te vangen, niets waard bleek. Zij waren mij niet ‘vergeten’, er was geen verschrikkelijk ongeval elders gebeurd, het was gewoon geen politiezaak meer dus was het ‘normaal’ dat wij in een leeg huis aankwamen zonder te weten waar elke levende ziel was gebleven. Bovendien hoefde de politie dan ook niets meer te doen, waardoor niemand mij welke informatie dan ook hoefde te verschaffen over wat mijn vader had gedaan, hoe zijn lichaam er aan toe was of zelfs welk buro er was geweest. Om het geheel goed af te timmeren volgde nog een wel erg knullige argumentatie: men had niet verwacht dat ik sleutels van mijn vader zou hebben. Oftewel, de politie was er vanuit gegaan dat ik voor een dichte deur zou komen te staan en dan in mijn glazen bol had kunnen zien waar mijn familie gebleven was. Die daar nog altijd op het buro zaten, te wachten tot een politieagent ons naar hen zou komen brengen. Ow, en ze hadden mijn telefoonnummer niet. Een regelrechte leugen, ze zijn onmiddelijk mijn telefoongegevens nagegaan en hadden zelfs door mijn gsm kunnen zien dat ik onderweg was.

Wat betreft slachtofferhulp kwamen ze ‘goed’ weg. Die hulp is voor slachtoffers van een misdaad. En hoe we het ook wenden of keren, wij zijn geen slachtoffer omdat er geen misdaad is gepleegd. Goed, ze hadden slachtofferhulp wel in kunnen schakelen maar juridisch hoeft het niet dus had mijn klacht geen grond. Gek trouwens, want ben je per ongeluk getuige van een zelfdoding van een vreemde of zelfs maar een ongeluk, krijg je die slachtofferhulp wel aangeboden of kan je die wel aanvragen.

Nog mooier wordt het als het gaat om het vrijgeven van het huis en het lichaam. De politie beweerde glashard dat alles was vrijgegeven aan mijn familie op het buro en mijn familie de verantwoordelijkheid hadden gehad mij in te lichten. Dat ik dus mijn vader had laten opbaren terwijl dat zeer onverstandig was, was ineens de schuld van mijn familie. Vergoeilijkend werd er aan toegevoegd ‘uw familie zal toch wel wat in de war geweest zijn, misschien zijn ze het u daarom vergeten te vertellen’. Frappant, mijn familie had namelijk ook een klacht ingediend. En dezelfde vertrouwenspersoon die mij opstookte de familiebanden eens te verbreken, vertelde aan hen dat er wel degelijk een fout was gemaakt. Dat het lichaam en het huis aan hen vrij gegeven had moeten worden met alle benodigde informatie, maar dat iedereen dat vergeten was te doen. Overigens werd hun klacht op een andere manier weggewoven. Wilden zij het doorzetten, dan moesten ze hun verhaal doen voor een kille commissie van zes personen. Dat werd ten zeerste afgeraden vanwege de emotionele belasting en vanzelfsprekend heeft mijn familie dat dus ook niet doorgezet.

Verder had ik ‘geluk’ dat de hulpofficier van justitie als enige vond dat hij me een gesprek moest aanbieden om te vertellen wat er nu precies gebeurd was die nacht van vier op vijf januari. Anders had ik de keuze tussen helemaal geen informatie – opnieuw, het is geen politiezaak meer dus hoeft niemand ook maar iets te doen – of het verkrijgen van het dossier per post. Let wel, zo’n dossier bestaat voornamelijk uit vele foto’s. Sowieso niet aan te raden om te bekijken en al zeker niet als ze door de TNT worden bezorgd.

De klachtenprocedure zou afgerond worden middels dit verhaal op schrift wat ik moest onderteken om de klacht afgehandeld te hebben. Ik heb niet getekend omdat al snel bleek dat ik was voorgelogen over mijn familie. U raadt het al, ik heb er inderdaad nooit meer iets van vernomen. Want wat onder het tapijt moet, zal onder het tapijt verdwijnen nietwaar.

Wat ik aan het geheel misschien nog wel het ergste vond, is de vele keren dat mijn begrip is gevraagd. Begrip dat het voor politie ook een zware zaak was. Begrip omdat de methode van zelfdoding van mijn vader iedereen zo geschokeerd had. Begrip omdat zij allen zelf hulp nodig hadden gehad om een en ander te verwerken. Begrip dat zij ook maar mensen zijn. Zonder van iemand maar éénmaal een sorry te horen, zonder ook maar een sprankeltje hulp te kunnen krijgen, zonder ook maar van één iemand te horen dat zij het vervelend vonden hoe het gegaan was maar mét beschuldigingen richting mijn familie, moest ik nog ergens begrip vandaan halen?!! Dat had ik niet, dat heb ik niet en dat zal ik nooit krijgen.

Ok, ik begrijp dan weer wel dat de politie ervaart dat ‘het publiek’ weinig steun over heeft voor de politie. Nog beter begrijp ik waarom die steun van ‘het publiek’ ontbreekt.

Heb ik achterwege gelaten hoe de politie in mijn eigen woonplaats reageerde toen ik in nood daar hulp probeerde te krijgen. Die me mijn verhaal lieten doen aan de publieke balie, naast iemand die zich stond op te winden over fietsendieven. Waar een agent een spurt nam zodra ik naar de koffieautomaat werd verwezen, om voor mijn neus eerst snel elf koffie uit dat ding te sleuren. Dat ik behandeld werd alsof ik gek was en geen recht had op informatie (want toen was het ineens wél een politiezaak?). Hoe ik later buiten stond met op een memobriefje het nummer landelijke politiediensten. “Kunt u daar uw verhaal doen, misschien kunnen die op postcode zien welk buro betrokken was”.

Comments (9)



Waarom ik weinig log

Mijn vader was mijn grootste fan én kriticaster maar vooral mijn inspiratie hier veel te schrijven. Elke nacht belden we urenlang en bespraken alles wat maar toevallig opkwam. Hoe het ging, wat er die dag gebeurd was, hoe we ons voelden, wat we van plan waren maar ook heel veel nieuws, maatschappij en politiek. Gek. Al waren we het over vrijwel alles roerend met elkaar eens, konden we toch úren lang discussieren.

Die gesprekken waren erg met mijn log verweven. Of ik schreef naar aanleiding van een van onze discussies, of we discussieerden naar aanleiding van een van mijn logs. Hij las alles, gaf overal zijn mening op en wreef regelmatig lachend al mijn spelfouten in. Soms stuurde hij s’middags een artikel als tip om over te schrijven. Eigenlijk hadden we er gewoon beiden veel plezier in en dit weblog werd dan ook standaard mijn verjaardagskado.

Nu hij dood is en de nachten stil zijn geworden, vind ik het moeilijk dagelijks iets te schrijven. Ik ben het telkens weer van plan maar eenmaal achter mijn computer dwalen mijn gedachten af naar donkere beelden en intens verdriet. Dan mis ik onze gesprekken het meest. Dan mis ik mijn vader het meest.

Wil er bij zeggen dat het niet alleen maar slecht met me gaat. Vorige week heb ik bijvoorbeeld van mijn vriend een prachtige basgitaar gekregen. Ik kan er nog amper iets op spelen maar het oefenen en aanklungelen helpt me enorm wat stress los te laten en het geeft me iets leuks om te doen. En zo zijn er wel meer lichtpuntjes en leuke momenten in het leven. het zal alleen misschien nog even duren voor ze weer dagelijks op mijn log verschijnen …

Comments (15)



Page 3 of 4

Powered by WordPress & theme based on Lovecraft