Wanneer je – zoals mij overkwam – al jong bij voorbaat als theatrale aansteller wordt gezien, wordt elke klacht, elk probleem en elk symptoom van ziekte in dat licht beschouwd. Alles anders wordt dan een blinde vlek of tenminste dat was bij mij het geval. Het verkeerde narratief dat ik me zou aanstellen en ziekte en pijn zou veinzen om vooral van mijn ouders maar ook anderen aandacht te verkrijgen, werd leidend. En ik werd daarmee compleet onzichtbaar, verloor bestaansrecht en werd alle zorg en hulp ontzegd.

Dit vormt de rode lijn van vijfendertig jaar trauma. Maar die rode lijn gaat gepaard met allerlei acute trauma’s. Die trauma’s willen eruit. Dus heb ik besloten ze niet (meer alleen) zijdelings te benoemen maar de komende tijd een aantal te delen. En wie weet, wil iemand er iets van leren.


Veel mensen – zowel dichtbij als veraf – die over mijn trauma’s hebben gelezen, hebben erg sterk gereageerd op de rol van mijn moeder in het geheel. Zij lijken haar als grootste aanstichter te zien van de vernieling van mij en mijn leven. En vinden het naar of verdrietig of allebei dat ik hier en daar begrip voor haar handelen vraag. Omdat ik hier toch wel wat moeite mee heb, het verhaal van mijn moeder.

Niet alleen is mijn moeder tot halverwege haar zwangerschap van mij vrijwel elke dag intens verbaal en fysiek mishandeld, dit trauma is verweven met een ander complex trauma uit haar jeugd. Om een beeld te schetsen van de intensiteit en complexiteit, een ‘incident’.

Mijn moeder had een iets ouder broertje die rond zijn vijfde jaar vreemde, griezelige neurologische symptomen begon te vertonen. De symptomen escaleerden steeds meer en op zeker moment kon hij vrijwel niets meer zien. Er was niet veel verzorging en op een dag moest hij naar de kapper. Hun moeder – mijn oma – meende dat ze hier geen tijd voor had en dat mijn moeder van amper vijf jaar jong hem aan de hand naar de kapper moest brengen. Ja dat klinkt al bizar in het drukke Amsterdam maar we zijn er nog niet. Jonge jongetjes willen natuurlijk niet aan de hand van hun jongere, kleine zusje geleid worden en zo ook haar broertje niet. Hij duwde en trok, was veel sterker dan een vijf jarig meisje en wist zich los te trekken. Jennend brullend zonder het vermogen te zien rende hij zo hard mogelijk weg … en rende zo een gracht in. Mijn moeder kon hem natuurlijk niet redden maar omstanders haalden hem gelukkig uit het water. De politie kwam erbij en bracht mijn moeder en broertje thuis. Terwijl mijn moeder in shock in de gang stond te wachten, kwam er een dokter bij en werd broertje omringd door hulpdiensten. Hij had het ternauwernood overleeft. Inderdaad, akelig maar we zijn er nog steeds niet. De hulpdiensten gaven hun moeder een reprimande dat een vijf jarig meisje de verantwoordelijkheid had gekregen over een iets ouder, ernstig ziek jongetje met bovendien gedragsproblemen. En vertrokken. Mijn moeder werd vervolgens het hele huis door geslagen onder luid gegil dat dit geen ongeluk was geweest maar mijn moeder – het meisje van net vijf – bewust geprobeerd zou hebben haar broertje te vermoorden.

Twee jaar later, mijn moeder was zeven, ging haar broertje dood. Alleen, in een ziekenhuis. Hun moeder was die ochtend wel ingelicht dat hij die dag zou overlijden. Maar een ‘leuke buurman’ had haar een lift naar huis geboden, dan hoefde ze niet later met de bus naar huis. Dus verliet hun moeder het ziekenhuis en stierf haar zoontje enige uren later, alleen. Hij zal het zelf niet gemerkt hebben, zijn hersenen waren volledig verschrompeld door een toen onbekende hersenziekte. Mijn moeder heeft het toch altijd verschrikkelijk gevonden dat hij eenzaam aan zijn einde moest komen. Vanaf zijn dood werd de mishandeling van mijn moeder zo mogelijk nog erger. En werd regelmatig gezegd, gesnauwd, gegild dat zij – het onnoemelijke klote kind – dood had moeten gaan en niet haar lieve broertje.

Na mijn geboorte werd het niet makkelijker voor mijn ouders. Te vroeg geboren moest ik in een couveuse en in de jaren zeventig mocht de moeder er dan niet bij. Mijn moeder ging elke dag naar het ziekenhuis om met haar neus tegen het glas gedrukt naar me te kijken. Ze hebben vervolgens een periode gedacht dat mijn vader dood zou gaan aan longemfyseem. Bizar en voor mijn ouders gelukkig bleek maanden later het de uitslag van iemand anders te zijn. Alleen kreeg mijn vader niet veel later heftige maagproblemen, wilde men aanvankelijk vanwege zijn jonge leeftijd niet opereren en belande hij van mijn tweede tot mijn vijfde twee en een half jaar lang af en aan in het ziekenhuis en een periode in een sanatorium. Arm als kerkratten, intens getraumatiseerd in een voor haar vijandige wereld en doodsbang dat haar enige veilige persoon en grote liefde in haar leven dood zou gaan, heeft ze toch heel goed voor mij gezorgd.

Toen werd mijn vader toch geopereerd, kwam weer thuis wonen, werd ik vijf en ging dezelfde symptomen vertonen als haar lieve broertje die er zo jong aan gestorven was. Ik kan voor u natuurlijk niet invullen wat er van te denken. Echter kan ik zelf wel enigszins invoelen hoe groot de post traumatische stress paniek zal zijn geweest voor mijn moeder. En begrijp ik goed dat ze niets liever wilde horen dan dat de symptomen bij mij niet zouden wijzen op een fysieke ziekte waar ik heel akelig dood aan zou gaan maar op psychische problemen. Dat laatste zou ik niet aan dood gaan. Dat laatste zou ze eruit kunnen krijgen en desnoods slaan. Ja zeker, het is ronduit afschuwelijk hoe ze het aanpakte maar het is ook de reden dat mijn moeder met hart en ziel dacht me op die manier zo gezond en gelukkig mogelijk op te laten groeien terwijl ze feitelijk me diep traumatiseerde en mijn gezondheid en leven vernielde.

Vergeet daarbij niet dat mijn moeder dit niet maar in haar eentje verzonnen heeft. Ze nam me mee naar een huisarts, het ziekenhuis en heeft me vijf jaar lang regelmatig naar mensendieck gebracht. Er kwam dus een huisarts, een team aan kinderartsen, kinderartsen in opleiding en een team aan fysiotherapeuten aan te pas die haar verteld hebben dat er geen onderzoek nodig zou zijn omdat ik maar wat fantaseerde om aandacht te verkrijgen. Die haar overtuigd hebben dat ze een heel gezonde dochter had met alleen een stapel psychische problemen. En een heleboel instructies meegaven die mijn moeder weliswaar te ver en te hard heeft doorgevoerd maar nogmaals, niet zomaar zelf verzonnen heeft. En iedereen in de zorg heeft dit zonder invloed van mijn moeder snoeihard doorgezet. In mijn vroege kindertijd door mijn pubertijd, jong volwassenheid tot mijn veertigste.

Daarnaast was mijn moeder niet maar een narcist die haar dochter mishandelde. Op alle andere vlakken deed ze haar best en zorgde goed voor me. Hoe arm mijn ouders ook waren, ik heb daar in mijn jeugd weinig van gemerkt. Ik kreeg prima te eten, ook als zij twee weken op watermeloen moest leven. Zat goed in de kleding en ze maakte soms zelf jurken voor me of naaide leuke patches op mijn broeken, ook als er geen gaten in gevallen waren. Ik had veel speelgoed, een eigen speelhoek en als enige een eigen kamertje. Ze bleef familie zien, ook haar moeder omdat ze mij mijn familie niet wilde ontnemen. Is pas gaan vertellen over haar jeugd toen ik een tiener was en vragen ging stellen, daarvoor bleef ze ondanks bizarre voorvallen positief over iedereen. Was iemand op school of elders in haar ogen onredelijk over of tegen me, ging ze verhaal halen en was beslist niet mals. Later zou ze zichzelf flink laten vernederen om me, zoals ik wilde, op het VWO te houden. Ze was altijd thuis voor me, ik ging pas naar de overblijf na heel lang zeuren van mijn kant. We deden spelletjes, samen kleien, tekenen, schilderen, knippen, prikken, plakken, knoeiden met inkt en bouwden met lego. We konden hysterisch samen lachen en toen we eenmaal een tv kregen, dansten we samen op muziek van TopPop. Ze gaf me zelfvertrouwen en eigenwaarde mee, leerde me op te komen voor mezelf en dat het goed en leuk is om afwijkend en uniek te zijn. Mijn moeder was een hele leuke, vriendelijke, warme vrouw vol hartstocht en humor. Van binnen was ze ze alleen met de grond gelijk gemaakt, zaten intense psychische problemen verborgen die grote gevolgen voor haar én voor mij hebben gehad. En jawel, ze heeft uiteindelijk wel hulp gezocht en is mijn gehele pubertijd in therapie en op allerlei cursussen geweest in een poging zichzelf een beetje te helen.

Tot slot is onze band langs de tijd sterk veranderd en in de laatste jaren sterk verbeterd. Rond mijn vijfentwintigste en de misdiagnose ME/chronisch vermoeidheidssyndroom zijn mijn ouders in gaan zien dat ik erg ziek en beperkt was. Zijn ze heel erg achter me gaan staan. Hebben in veel opzichten geprobeerd me te helpen. Mijn moeder heeft bovendien voor een deel van haar gedrag in mijn jeugd excuses aangeboden. Niet voor het belangrijkste deel met betrekking tot mijn gezondheid, ik werd tot enorme woede van mijn ouders toen nog steeds niet gezien door de zorg en we wisten alle drie nog niet wat er allemaal verwoestend verkeerd gegaan en gedaan was. Maar voor wat bekend was, heeft ze uit zichzelf verantwoordelijkheid genomen en dat was voor mij heel veel waard. De laatste jaren van haar leven kwamen we weer erg dicht bij elkaar. We belden een paar keer per week uren- en uren lang en ik vertelde haar vrijwel alles.

Tien februari 2002 is ze in onze armen overleden aan de gevolgen van blaaskanker, chemokuren en een ingrijpende operatie. Ze heeft net de 47 niet gehaald. Mijn vader en ik hebben haar moeder nooit meer willen zien. Waar mijn moeder altijd had gesmacht naar erkenning en liefde van haar moeder en haar in haar leven wilde houden, hadden wij het altijd afschuwelijk gevonden te zien hoe mijn moeder daar aan onder door ging.

Ik heb mijn moeder niet kunnen confronteren met wat ze me heeft aangedaan. Op haar sterfdag tien jaar later kreeg ik pas de bevestiging van ernstige schade aan zenuwbanen en spieren en met terugwerkende kracht de diagnose ziekte van Charcot Marie-Tooth. Langs de maanden erna werd mij steeds verder uitgelegd wat mij was overkomen en aangedaan, welke schade dat heeft gedaan en hoe dat anders en beter had kunnen en moeten gaan. Mijn v ader heb ik het eveneens niet meer kunnen vertellen, hij was drie jaar eerder uit het leven gestapt.

En eerlijk, ik heb geen idee wat er was gebeurd als ik mijn ouders en met name mijn moeder wel had kunnen confronteren met wat ze me aangedaan hebben. Had ik het wel gedurfd? Had ik het wel aangekund? Ik ben er vrij zeker van dat mijn ouders verteerd zouden zijn geweest door schuldgevoel. Dat wil niet zeggen dat hun reactie goed was geweest. En ik had bovendien geen ruimte gehad om het over hun gevoelens te laten gaan. Overigens hebben zij het op een zeker punt in mijn volwassen leven waarschijnlijk geweten. Maar dat is een verhaal voor misschien een andere keer.

Dit vertellen is geen vergoelijking. Het maakt wat mij is aangedaan beslist niet minder erg. En ook niet makkelijker te dragen. Het is een verklaring. Voor mij heel belangrijk om enigszins te kunnen begrijpen wat mij is overkomen en aangedaan.