Wanneer je – zoals mij overkwam – al jong bij voorbaat als theatrale aansteller wordt gezien, wordt elke klacht, elk probleem en elk symptoom van ziekte in dat licht beschouwd. Alles anders wordt dan een blinde vlek of tenminste dat was bij mij het geval. Het verkeerde narratief dat ik me zou aanstellen en ziekte en pijn zou veinzen om vooral van mijn ouders maar ook anderen aandacht te verkrijgen, werd leidend. En ik werd daarmee compleet onzichtbaar, verloor bestaansrecht en werd alle zorg en hulp ontzegd.

Dit vormt de rode lijn van vijfendertig jaar trauma. Maar die rode lijn gaat gepaard met allerlei acute trauma’s. Die trauma’s willen eruit. Dus heb ik besloten ze niet (meer alleen) zijdelings te benoemen maar de komende tijd een aantal te delen. En wie weet, wil iemand er iets van leren.


Dat we – mijn allang ex-vriend en ik – door zijn ouders mee waren gevraagd voor een weekje vakantie in een klein kasteeltje in Frankrijk was natuurlijk ontzettend lief en leuk. Alleen was ik ook al mijn hele leven ziek, vertoonde een lange lijst aan symptomen en ontkende niet alleen de zorg maar vrijwel iedereen dat nog. Inclusief mijn ex, zijn ouders en geen idee wat zijn zus al die tijd gedacht heeft. En omdat ik al vanaf mijn vijfde door iedereen en zijn moeder gepusht werd me als gezond persoon te gedragen, was mijn brein allang totaal verwrongen en verziekt.

De vakantie was voor mij dus ondanks de mooie omgeving en prachtig logeeradres een kwestie van een week in de hel zien te overleven. Door delayed sleep phase disorder (verschoven bioritme) lag ik elke nacht vrijwel de hele nacht wakker maar werd elke ochtend vroeg met veel bombarie en vrolijk lawaai uit mijn bed getrokken want normale, gezonde mensen staan op normale tijden op. Overdag kon ik niet rusten want we moesten leuke dingen doen zoals normale, gezonde mensen doen. Die leuke dingen behelsden bovendien veel – veel te veel – staan, wandelen, trappen oplopen, met zonneallergie bloot staan aan de zon, wagenziekte en meer voor mij ellende. Naarmate de week vorderde ging ik van een wrak naar een superwrak. De kritiek op verschillende symptomen alsof ik iets fout deed, was ik allang gewend en negeerde ik maar. Zo leek ik de vakantie met veel moeite te doorstaan. Tot de laatste dag het finaal mis ging.

Die laatste dag deden ‘we’ het rustig aan en kon ik op een keukenstoel hangend op de riante keukentafel de boel langs me heen laten gaan. Dacht ik. Want mijn ex mopperde ineens dat we geen een keer met zijn tweetjes een lekkere bergwandeling hadden gemaakt. Zijn moeder riep enthousiast uit dat we dat nu toch konden doen. Ik sputterde nog wat tegen maar kreeg zoveel negativiteit en morele chantage over me heen dat ik maar toegaf. Het raakte ook aan wat mij altijd geleerd en afgedwongen was: ik moest gezond doen en alles in mijn vermogen doen om het anderen naar de zin te maken.

Even later liepen we dus het dorpje uit een helling op. Waarschijnlijk was het een flinke heuvel maar voor mij voelde het alsof het de Mount Everest was. De zon scheen verschroeiend op mijn huid en ik voelde de plekken, bulten en wondjes van de zonneallergie opdoemen. De pijn in mijn lichaam en vooral mijn voeten en benen was overweldigend scherp. Mijn zicht vertroebeld alsof ik in dichte mist liep. Het zweet liep van me af van de koorts en ik had het gevoel dat ik gekookt werd. Ik hijgde als een postpaard van de astma. Mijn spieren verzwakten steeds verder tot pudding terwijl de bonkende hoofdpijn steeds intenser werd. De wereld draaide om me heen en mijn trommelvliezen voelden alsof ze diep in mijn hoofd getrokken werden. Mijn hartslag leek te stijgen naar 500 slagen per minuut, tegelijkertijd koste het moeite wakker te blijven. Zo strompelde ik achter mijn ex aan. Mijn enige gedachte dat ik de ene voet voor de andere moest blijven zetten.

We kwamen boven aan en ik stond gebogen met mijn handen op mijn knieën uit te hijgen in de hoop dat ik niet flauw zou vallen. En mijn ex? Die barstte plots uit in woede. Schreeuwde me toe dat ik alle leuke dingen in zijn leven verknalde door te doen alsof ik ziek was. Dat ik daarmee zijn leven verziekte. Niets meer leuk was. Dat hij niet wist of hij nog wel bij me wilde blijven als ik zo door ging. Dat er iets moest veranderen aan mij en ik leuker en liever moest worden. Het gepuf en gehijg en gestrompel moest nu echt eens afgelopen zijn.

Mijn hele leven was me verteld dat ik niet ziek kon en mocht zijn. Volgens de wereld was ik een gezonde meid met een gezond stel benen. Vertellen, klagen, huilen en tekenen van ziekte, pijn en vermoeidheid tonen had altijd geresulteerd in genegeerd worden, verbaal geweld, fysiek geweld of straf. Daarnaast was ik altijd gepusht en gedwongen dingen te doen die ik eigenlijk niet (goed) aan kon. En hoewel ik wel wist dat er fysiek iets intens mis met me was, had ik nog niet het gevoel dat ik de wereld gek en mijzelf als enige zinnige kon verklaren. Ergens geloofde ik ook iedereen. Dat ik iets grondig verkeerd deed. En ik daarmee anderen iets rottigs aan deed.

In plaats van terug te schreeuwen of mijn ex wel goed bij zijn hoofd was en dat hij inderdaad maar uit mijn leven moest verdwijnen, barstte ik in huilen uit, smeekte om een tweede kans en beloofde in alle talen dat ik zou verbeteren. Dat meende ik toen ook uit de grond van mijn hart. Ik wilde niet de oorzaak van andermans ongeluk zijn en toch zeker niet van mijn destijds geliefde. Ik schaamde me ook dat ik mijn ellende niet had kunnen verbergen. En zou weer nachten liggen piekeren hoe ik me beter zou kunnen gedragen. Maar ook waarom niemand leek te zien hoe ik er aan toe was.

In een gesprek met de revalidatiearts over overbelasting en dat een fysiek lichaam grenzen kent, vertelde ik enigszins lachend – want schaamte dat ik me zo had laten behandelen – dit verhaal. Dat mijn revalidatiearts mijn ex een gore klootzak vond, deed me goed. Dat hij vertelde dat ik aan dat soort achterlijke fratsen dood had kunnen gaan, schrok ik hevig van. Ik moest beloven dat ik dit soort dingen nooit, nooit, nooit meer zou doen.

Het kost me moeite om op de knop verzenden te drukken. Want na de schaamte wat ik mijn ex zogenoemd aan zou hebben gedaan ging ik naar schaamte dat ik me zo had laten vernederen door hem en eindigde het in schaamte dat ik me zo verstrekkend destructief had gedragen. Onterecht heb ik wel geleerd en rationeel weet ik prima dat er niets is om me voor te schamen. Een mens kan van minder gek worden nietwaar?